Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dikwijls gebeurde het dat beide ruziemakers, geheel verzoend, den volgenden morgen samen bij hem kwamen om te bedanken.

Den heer Steenbergen heb ik veel te danken. Hij heeft mij den weg geopend. Weldra kreeg ik van hem bericht, dat ik 23 October 1872 op zijn bureau present moest zijn, want dat hij mij aangenomen had als volontair.

Ik was den keizer te rijk. Als de gelukkigste aller stervelingen stapte ik 23 October 187 2 het Politie-bureau op de Noordermarkt binnen. De heer Steenbergen gaf mij werk en vertelde hoe ik het doen moest. Eenige dagen was ik onder zijn leiding werkzaam, toen ik ontboden werd aan het hoofdbureau. Ik ging er aarzelend heen, want ik had een voorgevoel dat de Hoofdcommissaris boos zou zijn dat ik buiten hem om een plaats aan het bureau van de Noordermarkt had aangenomen.

Zoo was het. De Hoofdcommissaris ontving mij alles behalve vriendelijk en vroeg barsch of ik wèl wist, dat ik geheel zonder zijn voorkennis en goedkeuring aan het Bureau op de Noordermarkt als volontair was geplaatst en dat ik nooit door hem als zoodanig zou worden erkend.

Ik wilde iets zeggen, maar een bevelend: „U kunt gaan!" dreef mij de deur uit.

Wat nu? Gedaan was het met me. Treurig gestemd ging ik weer naar de Noordermarkt en vertelde alles aan den heer Steenbergen. Deze stelde mij echter gerust en zei: „geen moed verliezen, jij blijft hier, ik zal de quaestie wel uitvechten. Dat komt in orde."

De hoop herleefde, doch gerustgesteld was ik allerminst. Een toeval echter zou mij weer in de genade bij den hoofdcommissaris brengen.

Sluiten