Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

benieuwd zijn. Maar laat mij toch, vóórdat ik U van mijn ervaringen en wederwaardigheden op de paden der recherche verder ga vertellen, nog dit weinige, wat mijn eigen loopbaan aangaat, mogen meedeelen.

Mr. de Klopper werd iets later gepensioneerd en opgevolgd door den heer Steenkamp, den eersten Commandant van de Brandweer. Niet zoozeer onder hem, dan wel onder Mr. v. Doesburgh, commissaris van de recherche

had ik te werken.

Ik had het geluk naar zijn zin te werken. Trouwens ik was lang niet onfortuinlijk in het speuren. Amsterdammer van geboorte en vertrouwd met den weg door alle beruchte straten en straatjes, bovendien bekend met veel menschen van allerlei rang en stand, viel het speuren mij niet moeilijk.

Daar ik er plezier in had en eenige gelukkige uitkomsten mij niet weinig hadden aangemoedigd, zat ik er spoedig geheel in.

Ik had reeds na korten tijd in de boevenwereld „goeie jongens" aan de hand, die mij om t geld of louter uit wraak en afgunst op kamaraden op de hoogte hielden van wat er omging. Op menig nachtelijken tocht heb ik door hun aanwijzing de mooiste gevallen ontdekt.

Zulke succesjes plegen ons een wit voetje te geven bij de superieuren en 30 October 1878 verblijdde Mr. Doesburgh mij met de voor mij zoo heugelijke tijding dat de Burgemeester had goedgevonden, ,,als belooning voor mijne prijzenswaardige werkzaamheid, mij te benoemen tot Inspecteur van politie 1 ste klasse.

Dat gebeurde in een tijd, waarin ik naar anciënniteit nog bij lange niet voor bevordering in aanmerking kwam.

Sluiten