Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gesnork onder het perron. Waar we ook keken, we zagen niets. Een nachtwaker van de Spoor lichtte mij in. Het perron was aan het uiteinde, aan den kop défect. In de groote opening slapen 's avonds laat jongens en ze sliepen daar tusschen allerlei ontuig. Ratten en muizen liepen over hen heen. Toch sliepen zij rustig. Heel vroeg stonden die jongens op en gingen naar de Vischmarkt om er met „hobbelen" op de vischschuiten een paar centen te verdienen. De nachtwaker vertelde ook, dat het défect al eens hersteld was, maar dat de jongens het weer hadden opengemaakt om hun slaapgelegenheid niet te verliezen.

Roofvogels.

Van de nachtgieren die de duistere wijken der oude stad, en de slopwoningen onveilig maken, zijn er een groot aantal die hun bedrijf ook in de nachturen op straat uitoefenen. Zij zwerven rond in de omgeving van stations en pleinen, in de straten met nachtcafé's of door de stillere straten waarlangs half beschonken mannen en jongelieden huiswaarts keeren.

Ik heb reeds verteld hoe uit het donkerst Amsterdam 's avonds de vrouwen der zonde kwamen om de grachten onveilig te maken, waar bij voorkeur op huiswaartskeerende schippers en zeelieden werd geloerd. Om nu te doen zien in welke handen dergelijke menschen vielen en hoe hun bedrijf vaak werd uitgeoefend zal ik een geval vertellen dat er tevens op wijst hoe gemakkelijk die wezens hun bedrijf ongestraft kunnen uitoefenen.

Op 'n avond verliet ik mijn woning en werd toen blijk-

Sluiten