Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op het bureau vernam ik dat een onzer door een heer in het vertrouwen was genomen. Deze had hem verteld dat hij was beroofd. Wat hij er aan doen kon ?

„Aangeven natuurlijk," was het antwoord geweest.

„Aangeven, ja maar, neen dat durf ik toch niet, dan maar liever laten loopen!"

Het is ons gelukt den man te overtuigen dat hij verplicht was de zaak aan te geven en dat hij daarvan niets had te vreezen. Na lang tegenstribbelen vertelde hij wat er eigenlijk was gebeurd. Maar wat hij van het gebeurde te vertellen wist bevatte zoo goed als niets dat voor ons als aanwijzing eenige beteekenis had. Hij was 's middags bij een notaris hier ter stede geweest en had daar zijn aandeel in een erfenis ontvangen, een vijftienhonderd gulden. Hij was er zoo blij mee geweest dat hij eerst wat was gaan drinken, later leelijk de hoogte had gekregen, eindelijk hier en daar was geweest, waar herinnerde hij zich niet meer, en ten slotte op straat met twee vrouwen had staan praten, die hem op een gegeven oogenblik hadden verlaten Toen naar huis sukkelend was hij tot de droeve ontdekking gekomen dat zijn schat weg was.

Er werd reeds direct een onderzoek ingesteld, doch dat had nog tot geen resultaat geleid.

Echter na het verhaal van Willem gaf ik order tot een nieuw onderzoek en toog er zelf met een rechercheur op uit om te zien wat wij in het aangeduide perceel zouden vinden.

Wij vonden weldra het huis en klommen met ons beiden de donkere trap op, die zoo vervallen en versleten was dat we ons wel moesten vastklemmen aan een vies, vettig touw, dat gelukkig sterk genoeg bleek. Op de tast ging het naar boven. Ter hoogte van de tweede verdieping vonden wij een deur die plotseling werd geopend waardoor

Sluiten