Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich op te beroemen aan welk mooi zaakje hij mij geholpen had. Dat was toch met een paar rijksdaalders niet goed te maken, zei hij. Hij vroeg telkens weer geld en vooral als hij een borrel op had beweerde hij zich te herinneren dat ik hem f 100 had beloofd. Gewoonlijk was een flinke uitbrander genoeg om hem den aftocht te doen blazen. Maar ten lange leste werd hij steeds brutaler, tot ik hem op een namiddag dat hij mij weer had opgewacht eens geducht aan het verstand bracht nu maar met die kunstemakerij te moeten ophouden en ik vertelde hem tevens dat ik niet meer voor hem te spreken was.

De nacht, volgende op dien middag, ging ik met den inspecteur derrecherche, denheer van Havenaar hetbureau. Wij liepen in de Damstraat. Het was misschien vier uur. Plotseling schiet iemand uit de Pieter Jacobdwarsstraat op ons toe. Wij kijken beiden om en namen een opvangende houding aan. Wij herkenden oogenblikkelijk Willem den kleermaker, die iets uit rijn broekzak haalde dat blonk. Er ontstond een worsteling waarbij Willem leelijk het onderspit moest delven, dank zij de heftige stokslagen, waarmee wij hem onschadelijk trachtten te maken.

Wij grepen hem vast en deden hem weldra in arrest brengen. Zijn mes, het blinkende voorwerp had hij laten vallen. Toen was het natuurlijk uit met zijn gezeur.

Ik maakte proces-verbaal op en eenigen tijd later ging hij wegens medeplichtigheid aan straatroof in voorarrest. Een huiszoeking had tot resultaat dat er een proces-verbaal wegens diefstal met braak tegen hem werd opgemaakt en zoo duurde het niet lang of Willem was naar Leeuwarden getransporteerd om daar zijn straf te gaan uitzitten. Van „uitzitten" is echter niet veel gekomen, want niet lang daarna is hij in de gevangenis overleden.

Sluiten