Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f

deur, bestaande uit onder- en bovendeur. Die bovendeur, aldus het voorschrift, moest altijd open blijven, want het was meer dan eens voorgekomen dat er een nachtwacht bij het benauwend walmend turfvuurtje was gestikt. Dat kon natuurlijk gemakkelijk; de menschen, die overdag hun werk hadden, moesten bovendien 's nachts waken en vielen vaak bij het rijkelijk kolendamp verspreidend vuur in slaap. En hoe vaak gebeurde het niet, dat een nachtwacht verkleumd van het loopen door barre koude of regen en wind zich wat kwam verwarmen en hem dan door vermoeienis de oogleden toevielen. Ik heb op de ronde om de nachtwachts te contróleeren vaak genoeg plezier gehad. Zoo herinner ik mij nog een geval, waarbij ik tegen den ochtend de ronde maakte met een rechercheur en in een wachthuisje de beide nachtwachts slapende vond. Ik nam de beide petten mee der slapende wachts en was heel benieuwd hoe zij zich den volgenden ochtend op het appèl bij den sergeant zouden verantwoorden.

De eerste kwam binnen en rapporteerde den sergeant dat hij, toen hij behulpzaam was om een dronken man weg te brengen, gebuiteld was, en dat daarbij zijn gami (pet) was kwijtgeraakt.

Eenige oogenblikken later kwam de tweede nachtwacht, waar ik hetzelfde spelletje had gedaan, aanstappen. Hij vertelde dat door den hevigen wind zijn pet in den Amstel was terecht gekomen. Het was nota bene dien nacht bladstil geweest.

Ik trad naar voren en zei dat mij zulks wel waarschijnlijk voorkwam, want inderdaad moest ik wel dronken zijn geweest toen ik de pet meenam en wat de andere pet betreft, bij dien hevigen wind was de pet niet in, maar

Sluiten