Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hulp in de vreemde stad zich op te dringen en de slachtoffers te brengen waar zij willen. Hoe dikwijls ook in binnen» en buitenlandsche kranten over hen geschreven wordt om op zijn hoede te zijn voor hen, die op straat of station ongevraagde diensten aanbieden, toch worden velen willens en wetens het slachtoffer. Een list van de misleiders is, als ze vreemdelingen ontdekken, die er nog al groen uitzien, zich ook te houden als vreemdeling, afkomstig uit hetzelfde land en veinzen blij te zijn een landgenoot te ontmoeten. Veelal stelt de vogelaar voor samen iets te gebruiken. De vogelaar gaat eerst in een café overeenkomstig den stand van het slachtoffer. Is hij daar eenmaal dan is hij geknipt. De vriendelijke heer weet allergezelligst te praten, aan te sporen tot drinken, naar een ander café te gaan, een kijkje in Amsterdam te nemen, tot hij hem brengt, waar hij hem hebben wil en hem daar van geld en goed beroofd, en uitgeschud op straat zet. Dan, als het te laat is, gaat de vreemdeling naar de politie, die hem niet altijd helpen kan.

Onder het gespuis voor en in de nabijheid van het Centraalstation, Prins Hendrik-plantsoen, Nieuwe brug en Damrak zijn vele jonge vrouwen, haast nog meisjes. Zij zijn de slimsten en voor het meerendeel in dienst of in dwang der heeren ronselaars, kwartjesvinders, zielverkoopers en souteneurs, (menschen die ten koste eener vrouw leven).

Dit gespuis waagt zich weinig meer op de perrons van het station of in de voorhal; de spoorwegbeambten zien te scherp toe. Bovendien houden de jonge vrouwen, welke de opofferende taak van stationsdienst vervullen, een wakend oog op de komenden. Het behoort niet tot de zeldzaamheden dat dames (?) en heeren (?) op hun snood bedrijf reizende, reeds in den trein hun slag trachten te slaan.

Sluiten