Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(valsche munt voelt in den regel vettig aan) zoodat men als men het in de hand neemt, denkt lood te betasten. Dan de doffe klank. Maar wat den klank betreft, daarop mag men niet altijd afgaan. Een goed, gangbaar muntstuk heeft al is er nog zulk een klein en voor het oog onvindbaar scheurtje in, geen helderen klank meer. En dan het randschrift. Het randschrift vooral levert den amateurs nog al moeilijkheden. De valsche muntstukken hebben zooveel merkwaardigs en zooveel eigenaardigs dat zij zelf gewoonlijk reeds de meeste aanwijzingen bevatten, die bij het zoeken naar de makers van dienst zijn.

Als een onervaren valsche munter in gips de muntstukken giet, dan is dat aan de stukken zelf waar te nemen. Het gips heeft n.1. de eigenaardigheid zooveel uiterst fijne luchtbelletjes te bevatten, die aan de oppervlakte stukspatten, dat het voorwerp dat er in gegoten wordt, die kleine blaasjes als bobbeltjes weer geeft of wel de bobbeltjes als blaasjes, zoodat nauwkeurig bekeken de beeldenaar leelijk mottig blijkt en het geheele muntstuk vol

heele lichte gaatjes zit.

Toch kan een handig vakman bereiken dat de kleur van het muntstuk goed is en op den tast niets bijzonders er aan valt op te merken, zoodat het althans voor een niet deskundige niet meer is uit te maken dat hij met een valsch

geldstuk te doen heeft. . .

Zoo heb ik eens een gulden gezien, die ook in gips was gegoten. De valsche munters, die hem hadden vervaardigd, hadden een gewezen zilversmid in hun midden, die goede tienstuiversstukken in zoogenaamd koningswater deed aftrekken en de nagemaakte zeer zorgvuldig afgewerkte guldens in dat mengsel wierp. Over de valsche muntstukken kwam nu een zilverlaagje dat de

Sluiten