Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*oen na zijn aanhouding zijn opvolger de functie overnam bleek dat die kas zeer keurig in orde was. Er ontbrak geen rijksdaalder, geen gulden, niets. Maar toen men de geldstukken eens wat nauwkeuriger ging bekijken, bleken de rijksdaalders, zoo goed als de guldens valsch te zijn. Hij had zich dus maar bij voorbaat van een goed winstje verzekerd en had heel handig de echte muntstukken voor valsehe verwisseld.

Hoe handig valsehe munters vooral zijn in het uitgeven van het geld, bleek ook uit een truc die dat zelfde heerschap meermalen met succes heeft uitgehaald. Hij dronk dikwijls een borrel en had hij dien borrel met een zwaai naar binnen geslagen, dan betoonde hij zich nog al beweeglijk en trok met een breed gebaar een echten rijksdaalder uit zijn vestzak. Dezen wierp hij dan op de toonbank, zoodat het geldstuk helder klonk en de kastelein kon hooren dat het stuk echt was. Nu bestond zijn handigheid vooral hierin, dat hij het geldstuk zoo wist te werpen dat het terugstuitte en vóór de toonbank op den grond viel. Hij wist hel dan snel te grijpen en gaf het dan den kastelein in de hand. En deze, geen argwaan koesterend, borg het geldstuk in de la. Afgeleid door de praatjes van den bezoeker had hij niet kunnen bemerken, dat de valsehe munter bij het zich vooroverbuigen om het geldstuk van den vloer te nemen, snel het echte stuk voor een valsch had geruild. En dikwijls ging het zoo de eene kroeg in, de andere uit, steeds hetzelfde spelletje herhalend.

Sluiten