Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een boef die zich wilde beteren.

In den eersten tijd dat ik bij de Recherche was, leerde ik een man kennen van een 35 jaar, klein van postuur en stevig van bouw. Zijne oogen lagen diep in zijn hoofd. Raakte zijn tong los dan sprak hij als een Lazerusklap. Bovendien wist hij goed zijn woordje te doen. Hij was, indien in andere omgeving groot gebracht, wellicht een knap advocaat geworden.

Niet alleen dat deze man welbepraakt was, en zich goed wist voor te doen, bovendien had hij niets dat wantrouwen wekte. En toch had dit heerschap bij mijn kennismaking reeds vele vonnissen achter den rug en stond hij bij de Recherche bekend als een hoogst gevaarlijk inbreker, die als hij aan „het werk" was, niets ontzag, en als hij overvallen werd zijn man stond en zich tot het uiterste zou verdedigen. Een „mijnheer-van-houd-hemin-de-gaten".

Mijn eerste kennismaking met hem was van korten duur. De Rechercheurs hadden het geluk gehad hem op heeterdaad te betrappen en te vatten toen hij bezig was in te breken in een pakhuis met het doel zijn slag in het kantoor te slaan.

Het zaakje stond zoo vast als een muur. Al praatte hij nog zoo mooi, hij kon er zich niet uitwerken. Hij werd weder tot gevangenisstraf veroordeeld, en ditmaal voor vier jaar.

Dit heerschap — ik zal hem Karei noemen — was dus weer van de baan. Tal van andere boeven had ik na hem leeren kennen, en de herinnering aan den een verdreef die van den ander. Ik dacht niet meer aan Karei. Maar zie wat gebeurt.

Sluiten