Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

centen van als ik op uitkijk sta als ie wat gapt, maar ik heb hem niet gevonden."

Ik vertelde hem, dat zijn broer in de gevangenis zat en dat hij die vooreerst wel niet zou zien.

k Was juist op het punt den rechercheur te zeggen hem voor de zooveelste maal weer naar zijn vader te brengen, toen mij te binnenschoot, dat Hein misschien wel iets wist van de diefstallen van zeemlappen, kousen, borstels, enfin van alles wat aan de pui der winkels wordt gehangen, en welke diefstallen allen door jongens van zijn slag bedreven werden, kon weten.

Hein liet ik dus niet wegbrengen, maar gaf hem een flinke boterham en een kom koffie. Toen dat alles in minder dan geen tijd verdwenen was, nam ik hem in bijzijn van een rechercheur onderhanden. Eindelijk daar kwam het los, en toen hij den uitroep deed „ik heb niet meegedaan, maar stond alleen maar te kijken of het goed ging", wist ik dat ik een draad in handen had.

Hein voelde zich niet medeplichtig, toekijken mocht wel, dat beschouwde hij als bloote belangstelling.

Met een lachend gezicht vertelde hij nu vervolgens wie zijn kornuiten waren; het was een complot van acht jongens, o. a. IJzeren Gerrit, de Kromme, de Neus, Jan de dief, enz.

Dit stel slenterde tegen den avond, als het schemerde en de lantaarns hier en daar nog niet ontstoken waren, langs de winkels en graaide van de uitstallingen wat er maar te graaien viel.

De Kromme was vooral een baas in het ladelichten en Hein vertelde in geuren en kleuren hoe dat toeging. De Kromme, een mismaakte jongen met kromme beenen en ietwat scheeven rug, gaf een jongen een paar centen om

Sluiten