Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een reis met hindernissen.

Dat mijn oude „vrienden" mij niet vergaten, bleek mij op zekeren dag, toen ik per post van een flesschentrekker, die vroeger te Amsterdam had gewoond, den volgenden brief ontving:

16 Maart, 18..

Mijnheer!

Daar U mij netjes behandeld hebt, toen ik mijn zaak in Amsterdam had, wil ik LJ een geheim openbaren, waardoor U op het spoor kan komen van den moordenaar van den slager of een van de medeplichtigen, die er meer van weet, in handen kan spelen.

U moet echter het tusschen ons geheim houden en de politie er niet in halen, anders doe ik het niet.

Die ik weet is een man die pas gezeten heeft voor flesschentrekkerswerk, hij is tot alles in staat en heeft mij ook al op mijn leven geloopen.

Komt U morgen vroeg hier, dan wacht ik U aan het station, tegen 10 uur.

O, Mijnheer, U zult eens zien wat een mooi zaakje dat zal worden. In afwachting dat U komt.

Gegroet,

H.

Die brief was van zekeren H. een van de leden van het flesschentrekkersgilde, dat er zijn slag mee sloeg een valschen naam te voeren en dan de vrouw uitzond om op dien aangenomen naam allerhande goederen op crediet te verkrijgen.

Sluiten