Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'Wij gingen rechtstreeks naar een café in de buurt, daar zouden wij rustig kunnen praten.

Het verhaal, wat hij mij deed, kwam hier op neer, dat de man dien hij op het oog had, op een avond in beschonken toestand verkeerend in een kroeg had gezegd, „ik weet wel wie dien slager in Amsterdam vermoord heeft, maar ik zeg het niet, want dan hang ik mij zelf op.

De briefschrijver had ook al een plan de campagne opgemaakt. Hij zou zijn zoontje naar den kerel zenden met de boodschap dat hij een zaakje voor hem had, om dus van middag in zijn woning te komen.

Hij zou mij dan in een kast sluiten en als hij dan weder het gesprek op dien vermoorden slachter bracht, dan zou ik alles kunnen hooren en hem arresteeren.

Ik betoonde mij natuurlijk oogenschijnlijk met zijn plan zeer ingenomen en verzocht hem zijn woning eens te laten zien, opdat ik eens kon kijken hoe het er met de schuilplaats uitzag.

Toch had ik niet zoo heel veel vertrouwen in dien vent. En toen wij dan ook de stad uitwandelden om in de omgeving drie armoedige huisjes te gaan zoeken, in welk laatste hij woonde, toen nam ik hem herhaalde malen op en zei zoo tot mij zelf: jongen, blijf op je hoede, ook voor dien snuiter.

Echter zou reeds spoedig blijken dat ik niet onfortuinlijk op reis was.

Wij hadden n.1. nog niet zoo heel lang geloopen of daar kwam ons een Oostersch heer in zwaren pelsjas gestoken voorbij.

Hij keek om en ik deed hetzelfde.

Plotseling herkende ik in hem den man, dien wij te Amsterdam reeds langen tijd gezocht hadden, doch van

k

Sluiten