Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-wien wij vermoedden, dat hij naar Griekenland de wijk had genomen.

Hij was de zoon van een schatrijke Chineesche dame. JDe Parijsche justitie en ook die van Ned. Oost-Indië hadden zijn uitlevering verzocht.

Toen hij bemerkte, dat ik hem herkende, versnelde hij zijn pas.

Ik greep mijn metgezel bij den arm en zei: kom gauw mee, wij moeten dien vent hebben, vooruit kom mee.

Mijn metgezel snapte er niets van, maar holde mij toch achterna.

Wij hadden den verdachte gauw ingehaald en ik noodzaakte hem mij te volgen. Zoo spoedig ik hem beet greep, begon hij zich krachtig te verzetten. Hij tastte in zijn binnenzak en haalde een revolver te voorschijn, die hij op mij richtte. Maar toen was mijn briefschrijver zeer kwiek. Hij sprong vooruit en greep de revolver vast, een worsteling volgde waarbij mijn helper de revolver bemachtigde en ik met behulp van een toeschietenden politieagent de oosterling overmeesterde, zoodat hij naar den naastbijzijnden post in bewaring kon worden gebracht.

Van dien post uit telefoneerde ik met den hoofdcommissaris en nam de maatregelen om den arrestant naar Amsterdam te doen overbrengen.

Maar door dit onverzien intermezzo was het te laat geworden om nog dien middag de plannen van den briefschrijver uit te voeren. Wij besloten echter toch naar zijn woning te gaan en te beproeven of de kerel, dien wij op het oog hadden ook 's avonds zou zijn te ontbieden.

Toen wij de woning naderden was het reeds schemeravond geworden. Wij gingen een armoedig huisje binnen en zoodra ik was binnengetreden kwamen een

Duister Amsterdam.

10

Sluiten