Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

paar haveloos gekleede kinderen op bloote voeten, mij tegemoet.

De vrouw kwam juist door een achterdeur binnen. Zij was er zoo een waarvan men pleegt te zeggen, dat ze nog met geen tang is aan te vatten.

Het was er een gemoedelijke boel.

Alles was daar bij elkaar, kippen, kat en hond. Maar huisraad was er niet veel te vinden, een blind paard zou er geen schade aan kunnen richten.

Een nieuwe copieerpers, natuurlijk een geflescht ding,, stond in een hoek en daarbij lag op een tafeltje papier met briefhoofd waarop telefoon- en telegramadres. Het gewone gereedschap van deze soort flesschentrekkers.

Een hangkast zou worden ledig gemaakt en daar zou; ik dan inkruipen, als van avond de bezoeker komen zouEen ledig botervaatje werd er in geplaatst, zoodat ik niet in een lastig gebogen houding behoefde te staan.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik veel lust had den keref een (linken duw te geven, zoodat hij zelf in de kast terecht zou komen, want ik vertrouwde dat zaakje maar half en. alles leek mij zoo vies en gemeen toe.

Maar ik zat eenmaal in het schuitje en moest dus meevaren en probeeren in behouden haven te landen.

't Duurde niet lang of ik verdween in mijn schuilplaats, er voor zorgdragende dat mijn potlood tusschen de kier van de deur kwam te steken, om haar zoo noodig open te kunnen wringen. Mijn revolver hield ik gereed, en zoo zat ik, misschien ook al op een geflescht botervaatje, af te wachten de dingen die zouden komen.

Niet lang behoefde ik te wachten, want vriend flesschentrekker, uitgenoodigd door 't zoontje, verscheen al spoedig.

„Kom maar mee naar voren," hoorde ik zeggen en door

Sluiten