Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De dief was voor den val, opgepast, en hij liep er zekerin.

Met den gérant sprak ik af dat de portier mij een plaatsje zou inruimen in zijn loge, zoodat ik kon zien wie brieven kwamen afhalen. De portier zou mij een teeken geven en zoodra de vogel in de kooi was, zou ik de hand op hem leggen.

Ik ging rustig zitten en beproefde een courant te lezen, maar ik was zoo vol spanning dat het niet wou lukken. Ik las regel na regel, kolom na kolom, maar wat ik las, dat wist ik zelf niet. Misschien heb ik de courant wel onderste boven gehad.

O, o, wat kropen de minuten langzaam voort en de kwartieren, daar kwam geen eind schier aan. En de uren... het leek mij toe of men mij wilde doen voelen hoe lang de eeuwigheid is.

Nooit was voor mij zoo prikkelend langzaam de tijd voorbij gekropen. Ik kon bijna niet langer zitten. Er verliep een uur, twee uur, drie uur, het was reeds donker en ik dacht: de baas komt van avond niet, of misschien heel laat. Ik weet niet hoe vaak de portier reeds had herhaald: ja, ja, wachten duurt lang, hè mijnheer. Of wel: hij komt nog niet gauw opdagen. En ik weet niet hoe vaak ik al had gezucht: och lieve zuster Anna ziet gij nog niets komen.

Wat is wachten afschuwelijk zuchtte ik, en terwi]l een lange zucht van verveling en ergernis mij ontsnapte, zie ik plots den portier een zenuwachtige beweging maken. Ik begreep: dat was wat. Een jongeman komt binnen, voor mij een verschijning. Ik spring op, maar reeds had de vreemdeling begrepen dat daar iemand op hem wachtte en vloog hij de deur uit, de straat op.

Ik hem achterna. Als een opgejaagd wild dier, rent hij

Sluiten