Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zoo" — zegt de politieman — „wou u mij naar Leeuwarden hebben, en had U daarom trek in mijn f 3. Kijk mij eens goed aan, kent U mij niet meer. Rekel van een vent, jij had zelf allang in Leeuwarden moeten zitten. Ik wou dat ik nog politieman was en er jou heen kon brengen!"

Sprakeloos van schrik en ontsteltenis stond daar het

arme directeurtje.

„Dat valt u tegen hé! Pas maar op of ik heb een betrekking van bosjesmaker voor jou, fijne oplichter! . .. De directeur is nog dienzelfden middag verhuisd.

Chantage.

Op een goeden ochtend vond ik op mijn bureau bij de vele kennisgevingen er een voor een aangeteekenden brief die later bleek afkomstig te zijn van een zeer gefortuneerde, reeds bejaarde dame, die ik van naam wel kende.

Zij verzocht mij niets meer of minder dan een onderhoud in een naburige plaats en bezwoer mij aan haar wensch gevolg te geven, daar uiterst gewichtige dingen

op het spel stonden.

Nu was zoo'n briefje niets ongewoons. Ik wist reeds direct dat ik weer het een of ander chantagegeval zou te te behandelen krijgen en daar de dame uit den zeer aanzienlijke stand was, begreep ik dat hier een meester-chanteur zijn slag zou hebben geslagen, iemand op wiens vangst prijs wordt gesteld.

Ik gaf dus gevolg aan het verzoek en vertok den vol-

Sluiten