Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook mijn bedoeling niet. Ter herinnering en.... Bij

uitzondering wil ik het u wel geven, maar... . _

O, ik begrijp!.... En de m'nheer haalt buitendien een briefje van honderd voor den dag, legt dit neer en verzoekt of zij er voor haar armen gebruik van zou willen

Voor de armen gaarne. Doch ook alleen voor de armen. Een klein uurtje blijft de m'nheer nog bij het weeuwtje gezellig koutende. Het spijt hem afscheid te moeten

nCIHet weeuwtje ook. Zij noodigt hem uit spoedig weder te komen.

Eenige weken later ontvangt hij, hoe sluw, een aangeteekenden brief. Het is een brief van het weeuwtje.

Overtuigd van zijne hulpvaardigheid —hi] had haar toch honderd gulden voor haar armen gegeven — durft zij zich tot hem te wenden. Een tijdelijke verlegenheid noopt haar hem te vragen vijfhonderd gulden te willen verstrekken, daar zij anders in zeer onaangename omstandigheden zou geraken. Als zij morgen het bedrag niet zou kunnen voldoen, zou zij en haar kind diep ongelukkig worden. Hem, een menschenvriend, had zij haar vertrouwen geschonken en een stem in haar zei: „ja, hij za

Daarom schreef zij hem en geloofde zeker dat hij haar

niet in verlegenheid zou laten.

De oude heer keek sip toen hij dien brief had gelezen.

Op de sociëteit had hij al gebluft op de kennismaking met een lief jong weeuwtje van goeden huize. Die bnet deed hem in eens de schillen van de oogen vallen. Hij begreep in eens de geheele toeleg.

Sluiten