Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot hare vriendin: nu moetik eenoogenblikmet m'nouden vriend alleen zijn om over zaken te spreken en zij verzocht hem haar naar haar kamer te volgen. Zij brengt hem in haar slaapkamer, waar alles wereldsch is. Zij begint over de diamanten, die zij verkoopen wil, werkt op zijn gemoed, neemt zijn hand en streelt die, lonkt hem aan, lacht hem aan, kust hem, en.... er wordt niet meer over de affaire gesproken, het wordt stil. Op datzelfde oogenblik wordt de deur der slaapkamer ruw opengestooten, een heer in hoogst zenuwachtigen toestand, vastgehouden door een anderen stormt binnen, gevolgd door het mooie vriendinnetje. De beide heeren worstelen, het vriendinnetje gilt, de woedende heer rukt zich los, vliegt op den bezoeker aan die doodsbleek, ongekleed radeloos om zich heen ziet. Hij scheldt hem uit voor: „Ellendeling!" en jammert: ,Je hebt m'n vrouw onteert. Ik zal het je betaald zetten. Kom op, lafbek, ik wil bloed zien!"

De verraste bezoeker, loopt achter de tafel en wil zijn kleeren nemen om die weer aan te doen. Maar de kleeren zijn weg, Leen heeft die bij haar vlucht meêgenomen. Daar staat hij! als Lieber Augustijn, jas is weg, broek is weg.

Na harde woorden en hevige dreigementen, komt eindelijk rust. De bezoeker maakt alle mogelijke verontschuldiging. De kwasi bedrogen echtgenoot voegt hem toe: „kerel, als ik mijn zin deed, sloeg ik je hier op de plaats dood. Ik laat het uit medelijden met je vrouw en kinderen. Maar zonder kleerscheuren kom je niet van me af. Je teekent hier, en dadelijk, twee schuldbekentenissen. Samen van negentien duizend gulden, de eene morgen hier vóór elf uur te betalen, de andere veertien dagen later bij Bankier H. (een soort bankier bij Gods genade, behoorend tot het complot).

Sluiten