Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en png na schuw te hebben rondgekeken, zitten. Lusteloos gebruikte hij zijn ontbijt. Mij scheen hij niet te zien en nam niet de minste notitie van me. Ik des te meer van hem, vooral toen hij een groote krant nam en ging[lezen Hij zocht op een bepaalde plaats m het dagblad. Wat hij zocht, scheen hij er niet te vinden. Met een zucht lei hij de krant op tafel en scheen na te denken. Hij nam de krant weer op, zijn oog weer gericht op hetzeltde gedeelte, dat hij langzaam met den vinger volgde, loen hij weer zijn krant neerlei, zei ik zoo, doende alsof ik.hem toevallig aanzag: „Gemeen weer vandaag, m nheer! ,Ja!"— zei hij.

„In Londen is de mist schrikkelijk onaangenaam.

Tja." , . .

„Bij ons in Holland, kennen we den mist met.

Hij schrok, ik zag het duidelijk, zoodra hij den naam

Holland hoorde.

„U is uit Holland?" vroeg hij aarzelend en met iets

zonderlings in de stem.

, Ja, ik kom hier werk zoeken.

„Zoo!" , .

De geheimzinnige zei toen niets meer, stak een stuk

brood in de mond, nam de krant, hield die in de geheele

lengte voor zijn gezicht.

Ik zag aan de krant dat zijn hand beefde.

Toen stond ik op, plaatste mij vlak tegenover hem en

sprak hem in het Hollandsch aan.

_ Kent u mij niet meer? - Niet I - We hebben elkaar toch dikwijls gezien. — „U is immers ook Hollander !" De geheimzinnige werd doodsbleek, stond op en stamelde onverstaanbare woorden. „Komt u ook hier werk zoeken?" - „Ik.... ik...." „Uit welke plaats in

Sluiten