Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het plegen van den diefstal, de zaak wellicht in handen der justitie mocht hebben gesteld.

Hier eindigde de man zijn verhaal. Hij verborg zijn gelaat in de handen, en zat lang te schreien.

Het verhaal had mij getroffen. Geen oogenblik verloor ik echter mijn plicht als politieman uit het oog. Toen de man wat tot bedaren was gekomen, verzekerde ik hem, gelukkig te wezen deze ontdekking te hebben gedaan en de oorzaak te zijn, dat hij eindelijk had kunnen opbiechten en zijn geweten ontlasten, en dat ik alles zou doen om hem rust met zich zelf te geven en een eind te maken aan zijn zwervend leven. Hij moest me nu ook alles vertellen, alles, opdat hij voor goed geholpen kon worden. Hij vertelde alles van zijne geldelijke positie doch ik achtte het voorzichtigheidshalve beter niet op zijn verhaal in te gaan, doch eerst in Holland te onderzoeken of alles werkelijk in overeenstemming met de waarheid was.

Rustig hoorde hij mij aan, maakte zijn bovenkleederen los en haalde uit een soort grooten sponzenzak, die hij op de bloote borst droeg, verschillende effecten, ook die, van welke hij op het oogenblik eén te Amsterdam ter verzilvering had aangeboden. Het adres van het wisselkantoor aldaar, had hij gelezen in een Engelsch vreemdelingenblad. Veiligheidshalve had hij de couponbladen achter den wand van zijn koffer verborgen.

Ik pakte alle geld en geldswaardige papieren bijeen en liet hem voldoende bankpapier voor zijn onderhoud. Het geheele bedrag, was toen om en bij de dertig duizend gulden. Ik stelde den man voor om tijdens het onderzoek in Holland, zijn geheele vermogen op mijn naam, in een Bank te Londen te disponeeren. Hij nam met dat voorstel genoegen en gaf mij zijn woord van eer, dat hij geen poging.

Sluiten