Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gesproken, maar hij bleef dezelfde. Hij was echter zoo vriendelijk mij, voor zijn ontslag en vertrek naar zijn Heimath, een brevet uit te reiken, nl. dit: „Ik wenschte te zijn, zooals gij zijt, want ik geloof, dat menschen zooals u, toch veel gelukkiger zijn dan ik."

Ik heb natuurlijk nooit meer van den man gehoord, maar zeer dikwijls aan hem gedacht. Hij had mij zoo vaak een en ander verteld van hetgeen hij in Indië gezien had in het leven en den arbeid der mannen, die geroepen waren voorgangers des volks te zijn, in handel en wandel, maar die in steê daarvan zoo vaak voorgangers waren in hetgeen niet betamelijk is, waardoor zooveel ergernis wordt gegeven. Gode zij dank, dat thans in onze koloniën ook mannen gevonden worden, die zich het Evangelie van Christus niet schamen, en die er niet alleen heengaan om het groote tractement, gemakkelijke leven en een goed pensioen, maar trachten te zoeken en te redden, wat verloren zou gaan.

III.

Als een Dominéé spot...!

Thans bezoeken wij weer een gewezen Indisch militair; nu geen Duitscher, maar een Hollander. Hij was een kind van burger ouders, maar een kind, dat het thuis niet vinden kon en blijkbaar voor de maatschappij minder geschikt was, en daarom, zeer tot verdriet zijner ouders, had geteekend voor koloniaal.

Hèm was het militaire leven in Indië niet zoo meegevallen. Zeer zeker lag de grootste oorzaak wel bij hem. Zoolang hij thuis was bij vader en moeder, weraen zijne luimen en grillen, voor zooverre dat mogelijk was, geduld en gedragen, maar toen hij

Sluiten