Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog zie ik hem door het kijkglaasje, in de deur was later vreeselijk om te zien. Als een worstelaar stond hij daar, met het eene been vooruit, in aanvallende positie, en in de hand zijn houten eetlepel; telkens vulde hij die met zijn middageten — 'twas juist etensuur — en smeet dat woest in de hoogte naar een hoek van zijne cel, en deed dan tegelijk een uitval tegen een schijnvijand, met wien hij dan vloekende en razende aan het worstelen ging. Kortom, het was verschrikkelijk om te zien.

Natuurlijk werden zoo spoedig mogelijk maatregelen benomen, dat deze ongelukkige zichzelven en anderen geen kwaad kon doen, en kon overgebracht worden naar een krankzinnigengesticht.

Het juiste van zijne levensgeschiedenis ben ik nooit te weten gekomen, maar zooveel heb ik toch wel vernomen, dat hij heel wat misdaden op zijn geweten had. En zeer zeker, zou het niet gewaagd zijn, te vragen, of hier ook verband moet gezocht worden tusschen gepleegde misdaden eenerzijds en toepassing van de twee laatste regels uit Ps. 58:

Gewis, daar is een God die leeft,

En op deez' aarde vonnis geeft.

IX.

Telegrafeeren.

Het heeft mij dikwijls getroffen, dat er zoovele gevangenen zijn, die bewijs geven van vernuft en vindingrijkheid op allerlei gebied.

Dikwijls heb ik mij verbaasd bij het zien wat zij weten te vervaardigen met de meest gebrekkige hulpmiddelen. Ik herinner mij nog dien knutselaar, die een

Sluiten