Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het noodig is, poseert hij als een werkelooze, die pas uit de gevangenis ontslagen is, maar „over twee dagen weer aan het werk kan gaan, maar nu geen geld meer heeft om te eten, te slapen ... of mevrouw ot meneer niet helpen kan aan eene kleinigheid , ol nij doet zich voor als een stakkerd, die aan t werk kan gaan bij meneer of baas die of die, maar geen gereedschap heeft (er is natuurlijk geen woord van waar), öf indien hij er een beetje meneerachtig uitziet, weer eene betrekking kan krijgen, maar geene behoorlijke

kleeren heeft, öf maar hij heeft zóóvele snaren

op zijne viool.... en nu moet het al erg ongelukkig gaan als er niet wat los komt.

Heeft hij de gift eenmaal in handen, dan is er niet zooveel tijd noodig, als hij gebruikt heeft om die los te praten, om dat geld te wisselen en om te zetten

in bitter of klare. .

Welnu, zulk een persoon vinden wij hier. Hij ziet er niet onsympathiek uit en kan praten als brugman, vooral verstaat hij de kunst om medelijden op te

wekken. , ,

Menig gesprek heb ik met hem gehouden, maar

steeds bleef ik zeer gereserveerd tegenover hem. Hij vond dat niets prettig, het „leek wel, of ik hem niet vertrouwde".

Bij gelegenheid, dat ik hem weer eens bezocht, vroeg hij mij, waar ik woonde (mijn naam was hij reeds te

weten gekomen).

Hoe dat? vroeg ik hem.

Ja, ziet u, dat wou ik wel eens graag weten.

Waarvoor? , ...

Wel! als ik u eens noodig had, zou ik mij bij u

willen vervoegen.

Dat zou u niet veel geven.

Maar u is er toch voor om ons te helpen c Neen, dat ligt nu juist niet op mijn weg, dan moet u zijn bij de Heeren van de zedelijke verbetering. Zedelijke verbittering, bedoelt u zeker

Sluiten