Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en naarmate hij dan in zijne gedachten terugzag op alles, wat was voorbijgegaan, gedacht hij steeds meer aan dat andere lied:

En mijn geest doorzocht de reden,

Waarom God die tegenheden Mij in zulk een mate zond,

En wat mij te duchten stond.

Nu, dat antwoord was niet moeilijk te vinden. Hij moest öf terug tot den weg, dien hij vroeger bewandeld had, öf hij zou nog dieper wegzinken in schande en ellende. En nu stond bij hem vast, dat hij terug moest, en wel zonder uitstel, nü of nooit.

Telkens wees ik hem op het gevaar van goede voornemens. Die zijn zoo mooi en zoo welgemeend, zoolang men in de cel is. Bijna elke brief, die verzonden wordt, getuigt daarvan, maar wanneer men straks tot het werkelijke, maatschappelijke leven terugkeert, dan blijken al die welgemeende voornemens tenslotte toch schipbreuk te lijden op de klippen der verleiding.

Hij zag dat gevaar. Toch wilde hij trachten, daaraan te ontkomen. En, inderdaad, na zijn ontslag heeft hij al die z.g.n. vrienden laten varen. Met zijne kleine uitgaanskas en met wat hulp van anderen, heeft hij weer gelegenheid gevonden, zich te vestigen, al was het dan ook maar zeer in het klein. En al ging het dan langzaam, zeer langzaam, toch mocht hij zien, dat hij vooruitging. Dat gaf hem weer nieuwe levenslust en levensmoed, en hoop voor de toekomst, die niet beschaamd heeft.

Sluiten