Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De man, dien wij hier ontmoeten, is één van die gelukkigen. Hij oefent hier het vak uit van timmerman-meubelmaker.

Al dadelijk, bij het inkomen in de cel, worden wij getroffen door de gezellige wanorde, die hier heerscht. Er is, naar het schijnt, heel wat werk aan den winkel. Men ziet er, behalve het gereedschap, ook de noodige teekeningen. Blijkbaar hebben wij hier niet te doen met een prutser of een beunhaas, maar met een bekwaam vakman.

Dit is inderdaad zoo.

Zie maar eens dat stuk werk, 't welk ter aflevering gereed staat, 't Is een cadeautje van een der ambtenaren aan zijne gade. Wat 'n keurig buffet, n meubeltje om jaloersch op te worden!

Zeer dikwijls breng ik hem bezoek en dat waardeert hij zeer. Niet alleen, omdat hij dit beschouwt als eene aangename afleiding of tijdpasseering, daaraan heeft hij allerminst behoefte. Maar omdat wij veel te praten hebben.

Hij, een jonge, betrekkelijk pas gehuwde man, heeft in den laatsten tijd al heel wat doorgemaakt, en wat het ergste van alles is, is dat hij er zelf en niemand anders, de schuld van draagt. En toch weer niet geheel alleen.

Hij was gehuwd met een lief, knap vrouwtje en zij waren beiden in-gelukkig. Hij had ruime verdiensten en zij was een ideaal-huishoudstertje, dat de kunst verstond om, zonder gierig of schriel te wezen, de zuinigheid te betrachten, en hare woning maakte tot een waar paradijsje. Zij kende maar één geluk, en dat was hij, en hij kende maar één geluk en dat was zij.

Maar wat gebeurde.

In zijn werk was hij in aanraking gekomen met een meisje, dat hem minstens even aardig en gezellig vond, als zijne vrouw dit deed. En niettegenstaande zij wist, dat hij gehuwd was, zocht zij steeds zijne nabijheid en, om het nu maar kort te zeggen, niette-

Sluiten