Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zulke bedelaars vindt men echter geen twee op de honderd. Zij zullen liever met de hunnen omkomen van honger en gebrek, dan hun nood klagen op de straat.

Ware armoede loopt niet langs de straat, die wordt in stilte geleden. Daarom is voor de barmhartigheid ontzaglijk veel te doen, maar dan moet men er op uitgaan om te onderzoeken. En elke poging, welke wordt aangewend om bedelarij te weren, maar stille armoede te helpen, verdient de steun van ieder, die helpen kan.

Uit eigene ervaring in mijn gewoon werk. is deze bewering door tal van, soms de meest ongelooflijke, staaltjes te illustreeren. Ik dwing mij echter, dit niet te doen. Maar wel geef ik één staaltje uit vele, uit mijn werk in de strafgevangenis.

In de cel, welke wij thans binnengaan, vinden wij een „stumperd"! De „ongelukkige" loopt met een arm, welke geheel vergroeid is, en daardoor ongeschikt is geworden voor eenig gebruik. De man was wel zoo vriendelijk, ook trots al mijn bedanken, dien te ontblooten en te laten zien. Inderdaad griezelig!

Mijne eerste kennismaking met hem gaf mij den indruk, dat ik hier te doen had met iemand, die inderdaad ongelukkig was. En aanvankelijk dacht ik en sprak ik er met een enkel woord over, hem zoo mogelijk te helpen. Maar ik had reeds zooveel „ongelukkigen" ontmoet, dat ik toch ietwat gereserveerd bleef. Ik wilde eerst iets meer van hem weten. Daarvoor was noodig een herhaald bezoek, dat ik niet verzuimde hem te brengen, en informaties elders, die ik zoo goed mogelyk trachtte te verkrijgen.

En wat bleek mij nu? Dit. Dat mijn aanvankelijk plan, om den man te helpen, zoodat hij op eene andere wijze, dan door bedelen aan den kost kon komen, eenvoudig nonsens was.

Zijn arm was oorspronkelijk zoo goed als elkander lichaamsdeel. Maar dat heer had van af zijne jeugd

Sluiten