Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een verschrikkelijken afkeer van werken, maar schepte meer genoegen in lui en brutaal zijn. Daarom had hij reeds vroeg den bedelstaf opgenomen. Aanvankelijk ging dit niet zooals hij verwacht had en wenschte. Een jonge, gezonde man bedelen, dat vonden zelfs de meest goedgeefschen toch een beetje al te kras. Wat hij kreeg, was meer door zijn brutaal optreden, dan uit medelijden. Er moest dus iets anders op verzonnen worden. Hij zou een ongelukkige, b.v. een blind mannetje kunnen huren voor een zeker bedrag per dag of per week; dien hangt hij dan een plaatje op de borst, waarop geschilderd staat, dat deze ongelukkige blind is, en daarmede kon hij dan den bedel opgaan, hij is geleider en de blinde sjokt hem achterna. Maar dit deed hij liever niet, want dan moest hij eerst zooveel ophalen voor zijn sujet, en dan zat hij er den ganschen dag mee opgescheept.

Hij wil iets anders. Hij moest zelf ongelukkig worden. Maar hoe? Als ongelukkige metselaar, die zijn ruggegraat gebroken heeft, zich in een wagentje langs de straten laten rijden en dan zijne ellende uitjammeren, dat ging niet, die was er al. Zijn voet in zwachtels doen en zich een paar krukken aanschaffen ging ook niet, die zijn er in overvloed, neen; hij had iets anders. Hij liet zijn arm in een doek binden en die achterwaarts vast maken; daarmede moest hij zich dan dag en nacht martelen, tot die eenmaal zou vergroeid zijn, en dè,n was hij klaar.

En zoo is het gegaan. Zóó vond ik hem in de cel, met totaal misvormden arm.

Voor ik wist hoe dit alles gegaan was, beging ik de, in zijn oog, onvergeeflijke domheid van mijn medelijden te doen blijken en met hem te spreken om hem zoo mogelijk te helpen, opdat hij niet langer gebedeld brood behoefde te eten. Dat vond hij eenvoudig het toppunt van onnoozelheid. Hij vond dat bar dwaas!

„Neen, meneer, ik haal mijn eigen kostje best op hoor, 'k vind het heel mooi van u, dat u een armen

Sluiten