Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drommel (hier gebruikte hij een ander woord) helpen wilt, maar dan een ander alsjeblieft! . . . Weet u wat mij zoo spijt? . . .

Neen, dat wist ik natuurlijk niet.

Dat ze me juist met de Pinksterdagen in de lik (gevangenis) gezet hebben, m'n twee beste dagen.

En wijl hij eene bui had van groote openhartigheid, durfde ik hem vragen, hoeveel die beide dagen dan wel konden opbrengen.

Wat denkt u? Raad eens.

Dan zal ik maar eens véél zeggen. Tien gulden.

Over dat antwoord moest hij eens hartelijk lachen. Dat vond hij zóó moppig, dat getuigde nu echt van mijne onnoozelheid. Neen meneer, u weet er maar een beroerd beetje van, hoor! Als het heel slecht gaat, dan is het toch nog altijd om en bij de twintig gulden, maar doorgaans is 't veel meer.

Om en bij de twintig gulden, opgebedeld in twee dagen! Ik kon moeilijk mijne eigene ooren gelooven. Toch bleek mij later, dat dit zeer goed mogelijk schijnt te zijn.

Hij had eene maand gevangenisstraf gekregen voor mishandeling (in dronkenschap).

Maar ... hij was toch een ongelukkige — een bedelaar met een kostwinnenden arm!

Wat hadden die Mozaïsche wetten toch mooie bepalingen!

XXXVIII.

„Waar kan toch een mensch toe komen?"

Eene enkele maal ontmoet ik iemand in de cel, die mij doet denken aan het woord van Johan van Oldenbarneveldt, dat hij zei, toen hij de trappen van het schavot

Sluiten