Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarop barstte zij los in een wanhopig gejammer terwijl zij weer heen en weer in haar ledikant woelde: mijn mannetje is dood, is dood; ik heb geen

mannetje meer . , .

Onophoudelijk bleef zij zoo jammeren, zonder dat het mij mogelijk was haar ook maar één oogenblik

tot kalmte te krijgen.

Een paar uur later ging ik weer eens naar haar zien, maar de toestand bleef onveranderd, zoodat ik ten slotte de terugreis ondernam, met de gedachte, dat voor de ongelukkige vrouw de geheele reis vergeefsch was geweest; de kinderen echter waren zeer

dankbaar en verblijd.

Wat te voorzien was is geschied. De arme is vervoerd geworden naar een krankzinnigengesticht, waar de opname meer dan noodzakelijk was.

Heerlijk, dat zij haar kinderen tijdig geleerd had niet alleen dame te wezen, of te denken: wij hebben het toch niet noodig, werk te verrichten. Neen, toen hadden zij het niet noodig, en niemand dacht eraan, dat dit ooit anders zou kunnen worden. Maar nu werden zij op eens midden in den strijd om het bestaan geworpen. Nu moesten zij haar eigen brood praa.n verdienen. En dat is wonderwel gelukt. Do een na de ander ging in betrekking. En niettegenstaande de familiën, waar zij kwamen, wisten waarom zij dat deden, werden ze zeer gewaardeerd.

Reeds vóór zijn ontslag was door den mijnheer van eene der flinke meisjes gezorgd, dat vader bij zijn terugkeer in het maatschappelijk leven, eene inderdaad goede betrekking kreeg. Hij was geen misdadiger. Dit is ook gebleken in zijn nieuwen werkkring. Hij is er al sedert jaren in dienst en wordt er zeer

gewaardeerd. . , .. ,

Na zijn ontslag kon hij zich vestigen in de plaats, waar zijne vrouw verpleegd werd. Daardoor kon hij haar geregeld bezoeken. En dat zien van zijn persoon, maar bovenal dat weer hooren van

Sluiten