Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Naar herkomst vroeg hij niet, dat kon hem absoluut niets schelen, of beter gezegd, hij wilde het liever niet weten. Was het een rommeltje, dat opgeruimd werd, hij had er plaats voor; waren het lorren of beenen, papier of boeken of oud roest, het kwam alles in zijne kraam te pas. Voorts honden, kippen, konijnen, fietsen, het was alles van zijne gading. Was hetgeen hij kocht eigendom van den verkooper, dan gaf hem dat zekerheid, dat hij geen mot kon krijgen met politie en justitie; en was het gestólen, of z.g.n. gevonden goed, dan was hij zeer voorzichtig, want hij was al eens leelijk tegen de lamp geloopen. Maar het moest toch al mal loopen, wilde hij geen kooper worden.

Ook thans was hij er ingevlogen. Hij hield wel vol, en zoo deed hij ook voor de rechtbank, dat hij zoo onschuldig was als een pas geboren kind, maar de rechter was zóó overtuigd, dat hij wel degelijk wist en weten moest, dat het door hem gekochte, gestolen was, dat hij hem drie maanden gevangenisstraf gaf.

De man had zes kinderen, allen beneden de 12 jaar. Er was dus niet één, die ook maar één cent kon inbrengen. Zijne vrouw was eene knappe huismoeder, die deed wat zij kon, om het schip recht te houden. En hij was inderdaad ook niet lui, mtór behoorde tot dat soort menschen, die hier ploeteren, om een dubbeltje te verdienen, maar d&iür met het geld omspringen, alsof het geene waarde heeft.

Dit alles vertelde hij mij niet met ronde woorden, maar als men eenigen tijd in eene strafgevangenis gearbeid heeft, wordt men als een tweede Cumberland, een gedachtenlezer. Als men maar een paar zinnen beluisterd heeft, dan kan men de rest zelf wel invullen.

Zoo ging het ook hier. Ik begreep al heel spoedig, wie en wat ik voor mii had, en later bleek mij, dat ik mij inderdaad niet vergist had.

Na eenigen tijd met hem gesproken te hebben, deed ik, of ik zou heengaan.

Meneer, nog een woordje, asjeblieft.

Sluiten