Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XLV.

Langs een weg van beproevingen.

Het gebeurt wel eens, dat ik onder de opgaven van ingekomen gevangenen een naam ontmoet, die mij in gedachten terugvoert tot de dagen mijner jeugd en mij al spoedig, bij kennismaking met zulk een naamdrager, doet informeeren naar zijne ouders of familie. En dan heb ik meermalen gelegenheid gehad er mij over te verbazen, dat menschen, meestal jonge menschen, van die ouders of die familie in eene strafgevangenis terecht komen.

Zoo ging het ook met dezen jongen man.

Toen ik zijn naam las, kwam dadelijk de gedachte bij mij op: Zou dat nu een zoon zijn van die menschen, bij wie ik als jongen zoo menigmaal op hunne hofstede gespeeld heb en op den hooiwagen mede naar het land reed en bij wie ik zoovele appelen en peren en „beiers" en „jenievers" *) gegeten heb.

Als gewoonlijk vroeg ik hem bij mijn inkomen in de cel naar zijn naam, leeftijd, geboorteplaats enz. En toen ik hem vroeg: hebt ge op den Yeerschen Weg, voorbij de witte Heul *) gewoond; en ik hem den naam noemde, welke op het hek van de hofstede te lezen stond, was hij een en al verbazing, dat ik dit alles zoo goed wist niet alleen, maar dat ik ook zoo'n juiste omschrijving wist te geven van de geheele hoeve met omgeving.

Op mijne belangstellende vraag of zijne ouders nog leefden en of zij nog op „Nooit gedacht" woonden, deelde hij mij mede, dat zijn vader, die nog niet gedrukt werd door den last der jaren, door gelukkig boeren en door zuinigheid en vlijt, zooveel had vei-

') Kruisbessen en aalbessen. *) Gemetselde brug.

Sluiten