Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het laatste is geschied, zelfs tot driemalen toe, telkens met straffen beneden het jaar, behalve de laatste, toen kreeg hij achttien maanden.

Terwijl hij zijne laatste straf onderging, ben ik ten tweede male naar zijne ouders gegaan, en heb, toen in 't bijzonder den vader, geraden nu beslist niets meer aan hem te doen, en de moeder gaf ik zeer ernstig in overweging, haar moederlijk hart voor een tijd het zwijgen op te leggen en haar man in deze zooveel mogelijk te steunen, dat zou beter helpen dan honderd boetpredikatiën en een emmer tranen.

Wel vonden beiden mijn raad zeer moeilijk en hard om op te volgen, maar mijne redeneering, dat dit het eenige middel tot zijn behoud zou kunnen zijn, deed hen, na rijp overleg, besluiten dien raad te volgen.

Het was ook met dezen jongen man, als met menig drenkeling; die is vaak eerst dan te redden, zonder gevaar voor zijn redder, als hij door uitputting niets meer kan doen. En vader had reeds zooveel geld voor dezen drenkeling ten koste gelegd, dat zuinig wezen het wachtwoord werd, wilden zij zelf niet flnantiëel ten gronde gaan.

Na zijn ontslag ging de zoon weer huiswaarts. Maar anders dan vroeger werd hij nu ontvangen. Het was nu niet meer eene blijde thuiskomst uit medelijden, maar een ontvangst zóó strak en zóó koel, alsof hij een totaal vreemde was.

Düt had hij allerminst verwacht, en het maakte meer indruk op hem, dan hij zichzelf bewust was. Het bracht hem, misschien voor de eerste maal in zijn leven, tot ernstig nadenken. Mijn spreken met hem in de cel en de houding zijner ouders, èn zijn verleden, dat voor zijn geest opdoemde — werden hem thans te machtig.

Zoo telkens had ik hem gezegd: geef toch geene beloften van beterschap, noch in uwe brieven, noch b\j uwe thuiskomst, in woorden, want al die beloften zijn niets waard; gevoelt ge waarlyk behoefte om

Sluiten