Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan den mindeijarige uitbetaald, maar aan zijn geleider.

Hoe dat hier gaan zou, liet den jongen totaal onverschillig. Dat beloofde al wat!

Op hope tegen hope, had zijn vader, die reeds zooveel met dezen weerbarstigen en bandeloozen jongen had doorgemaakt, weer maar eens een morgen van zijn werk verzuimd en de moeite genomen, hem af te halen.

"Wat was dat eene moeilijke taak voor dien man, die reeds zooveel gedaan had om zijn kind in t rechte spoor te houden, en al zijne moeite met onverschilligheid beloond zag.

Dat was reeds gebleken bij de bezoeken. Bijna ieder gevangene hunkort naar den tweeden of vierden Maandag van de maand, want dan hebben zij kans op bezoek van ouders of vrouw en familie. Maar bij het eerste bezoek, dat deze kwajongen kreeg, was hij zoo brutaal en onverschillig tegen zijne moeder, dat zij geen moed had een tweede te brengen.

Terwijl vader op het bureau stond te wachten, werd de jongen ook daar gebracht. De blik, waarmede hij zijn vader ontmoette, was het tegendeel van vriendelijk en toen hij zag, dat zijne uitgaanskas niet aan hem maar aan zijn vader werd ter hand gesteld, vroeg hij dadelijk, waarom hij die niet kon ontvangen. Hij was mans genoeg om ziin eigen verdiend geld te beheeren!

De directeur zette hem even gevoelig op zijne plaats en zonder centen in zijn zak moest hij met vader mede.

Te huis gekomen was zijn eerste verlangen zijne uitgaanskas te mogen ontvangen. Dat was zijn verdiend geld, en niemand anders dan hij, en hij alléén had recht daarop. Maar wijl hij geene uitgaanskas kreeg, omdat zijn vader daarin niets anders zag dan een middel tot zijn verderf, verliet hij nog dienzelfden avond het ouderlijk huis, zonder er verder meer naar om te zien.

Het duurde niet lang of hij was weer in handen der politie. Een inbraakje, op inderdaad brutale manier

Sluiten