Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gepleegd, maar niet slim genoeg uitgevoerd, was daarvan de oorzaak.

De rechter, die anders tegenover jeugdige overtreders humaan genoeg is, was ditmaal voor dezen inbreker niet best te spreken en de straf, die hij kreeg, was inderdaad niet zuinig.

Zoo was hij dus op zeer jeugdigen leeftijd recidivist geworden en dat is hij gebleven tot zijn dood toe. Hy was niet alleen een onverbeterlijk misdadiger, maar ook totaal onverschillig voor alles en voor allen. Ik heb er nooit opzettelijk naar gevraagd, omdat ik het zeker zou beschouwd hebben als een vragen naar den bekenden weg, doch zonder dat durf ik toch gerust beweren, dat noch de directeur, noch de bewaarders of welke ambtenaar of beambte ook, ooit onverschilliger en brutaler persoon in de cel hebben ontmoet.

De maatregelen, welke voor dezen persoon moesten genomen worden, o.m. het bekleeden der wanden van eene der strafcellen, om zijn schelden en razen geluidloos te maken, grenzen aan het ongelooflijke.

Het heeft mij vaak getroffen, hoe bij al het afkeurende van veel en velerlei, wat in den laatsten tijd gehoord wordt, men nooit ééne klacht verneemt over de behandeling van gevangenen. Als men er eene verneemt van dien aard, dan is het eer over te goede, dan over te slechte behandeling; over voeding, nachtleger, behandeling, of wat ook, is maar één roep van goed. En dat alles is ook inderdaad zeer goed, voor zooverre dat in eene strafinrichting goed kan zijn.

Maar als men dezen jongen man gezien had, in al de straffen, die hem opgelegd moesten worden, dan zou men zeker gezegd hebben: dat is nu toch onmenschelijk. Menigen winternacht heb ik om zijnentwille slapeloos doorgebracht, bij de gedachte dat daar in die strafgevangenis in de duinen een man in de strafcel lag, bij zoo'n bittere koude. Maar telkens moest ik het mij zeiven herinneren, dat hij zelf en hy alleen de oorzaak was van al de straffen, die hy kreeg.

Sluiten