Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opsluiting, zoo sterk zelfs, dat ik indertijd iemand gekend heb, die my ronduit verklaarde: Hier ben ik thuis, niet in de maatschappij. En ik herinner mij ook nog zeer goed den man, die, na een paar dagen in de cel vertoefd te hebben, daar neerzat met eene dikgezwollen keel — het was hem zoo vreemd, zoo benauwd, in de eenzaamheid en dan de gedachten aan zijne vrouw en kinderen — het was hem zulk eene marteling. Maar veertien dagen later prees hij zich gelukkig, dat hij niet met allerlei schorem behoefde samen te zijn.

Wanneer het misdrijf van een verdachte niet moedwillig is begaan, b.v. onwillig toebrengen van lichamelijk letsel, of iemands dood veroorzaken uit onvoorzichtigheid, enz., dan kan de rechtbank veroordeelen tot hechtenis, in plaats van gevangenisstraf. Dat is eene heerlijke bepaling in de Strafwet. Immers er zijn werkgevers, die in geen geval iemand in dienst nemen of houden, die gevangenisstraf heeft ondergaan. Neem b.v. een spoorwegbeambte. Eene veroordeeling, al is het maar tot twee dagen gevangenisstraf, is voldoende om onvoorwaardelijk zijne betrekking te doen verliezen. Maar bij een vonnis van drie maanden hechtenis kan de Maatschappij uit haren dienst ontslaan, maar meestal doet zij dat niet.

Nu rekenen wij te schrijven over iemand, die veroordeeld is tot gevangenisstraf. Heeft hij een „loopend" vonnis gehad, d. w. z. was hij door de rechtbank niet in preventieve hechtenis gesteld, dan krijgt hij na verloop van zijne 14 appèldagen, indien hij daarvan geen gebruik heeft gemaakt, van den Officier van Justitie eene oproeping om zich te melden op het parket, ten einde zijne straf te ondergaan.

Is hij wel in preventieve hechtenis, dan wordt hij, ook na verloop van zijne appèldagen of indien hij daarvan gebruik gemaakt heeft, na zijne drie cassatie-dagen, dikwijls tegelijk met de anderen, die zich melden

Sluiten