Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moesten, per gevangeniswagen overgebracht van het huis van bewaring naar de strafgevangenis, tenzij, zooals in Rotterdam, Haarlem en andere plaatsen het huis van bewaring en de strafgevangenis aan elkander grenzen; in dat geval worden zij binnendoor overgebracht.

De gevangeniswagens zijn zoo ingericht, dat ieder veroordeelde in een afzonderlijk hokje geplaatst kan worden. Gesprekken gedurende den rit zijn dan zoo goed als onmogelijk.

Zoodra de wagen de poorten van het gebouw is binnengereden en stilstaat vlak voor de deuren, waaide ge transporteerden moeten binnengaan, krijgen zij, nog voor zij den wagen verlaten hebben, eene gazen kap voor, waardoor zij dadelijk onherkenbaar zijn voor elkander en voor anderen.

Daarna gaan zij, niet tegelijk, maar de een na den ander, onder toezicht van een bewaarder, het gebouw binnen, waar zij in ontvangst worden genomen door den binnenportier. Die wijst hun ieder eene plaats aan, op voldoende afstanden van elkander, waar zij, met het gezicht naar den muur, moeten wachten tot zij op het bureau moeten komen.

Daar heeft intusschen de rijks-veldwachter, of, indien het een militair was, de onderofficier, die met het transport belast is, de noodige stukken van rechtbank of Krijgsraad aan den ambtenaar op het bureau ter hand gesteld. Daarna komen de getransporteerden, weer de een na den ander, op het bureau waar zij naam enz. moeten opgeven, en alle voorwerpen, die zij bij zich hebben, afgeven, waarna zij nu niet meer als A. of B. maar als een nummer (celnummer) met een bewaarder medegaan, eerst naar de badcel, waar zij, onverschillig wie zij zijn, in het bad gaan en hunne kleeding — tenzij de straf minder dan drie maanden en de eigen kleeding goed en zuiver is — wordt verwisseld met rijkskleeding. Als een heer zag men den man naar de badcel gaan, en als een gevangene op klompen wordt hij thans naar zijne cel gebracht.

Sluiten