Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo is de man nu in alles gevangene geworden; nu krijgt hij ook zijn geregeld bezoek van Godsdienstleeraar of geestelijke en van de heeren der zedelijke verbetering en, op den eersten en derden Maandag van de maand ook van familieleden, è,ls zij ten minste komen willen of hij voor bezoek niet heeft bedankt. Dit laatste gebeurt vaak. Yelen zien er meer eene marteling dan een genot in, en er is waarlijk veel voor te zeggen. Men staat van elkander op misschien een meter afstand, en door twee stel tralies gescheiden. Bovendien staat tusschen gevangene en familie een bewaarder, die toeluistert bij elk woord, dat gesproken wordt, zoodat van een vertrouwelijk gesprek eenvoudig geene sprake kan zijn. Hier geldt dus inderdaad het woord: wie zijne vrouw liefheeft, laat ze thuis.

De ergste tijd is voor velen, wanneer de dag van ontslag aanstaande is; dan is het of de uren en dagen kruipen en er geen einde aan komt, en van slapelooze nachten weten zij dan meer dan ooit te spreken.

Straks thuis! Het is hun bijna te veel, zich dat in te denken.

XLIX.

De Zondag in de strafgevangenis.

Zoo dikwijls heeft de ervaring mij geleerd, dat er vaak zoo bitter weinig noodig is om in de cel te komen. Menigeen heb ik er ontmoet, die den eenen dag, soms het eene uur, de gelukkigste mensch van de wereld was, en den anderen dag, of het volgende uur reeds in de cel zat. Kleine oorzaken hebben ook in deze vaak zulke groote gevolgen. Een oogenblik van drift, van zichzelven vergeten, van onbedachtzaamheid, heeft zoo menigeen soms voor jaren in de cel gebracht. Dikwijls ook door verkeerde huiselijke- of familieomstandig-

Sluiten