Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze vorm staat lijnrecht tegenover dien in vroegere tijden, of beter, vroeger was het strafrecht, met enkele uitzonderingen, van privaatrechterlijken aard.

Bij de Romeinen b.v. werden alleen die feiten geacht te zijn van publiekrechterlijken aard en als zoodanig ook gestraft, door welke het staatsgezag of de openbare orde was aangerand. In de overige gevallen was de praetor de, door den staat aangestelde, ambtenaar, die tusschen beleediger en beleedigde besliste. Ieder, die in het algemeen, tegen een ander een proces wilde voeren, wendde zich tot den praetor in tegenwoordigheid van de andere partij, die hij tot verschijnen, desnoods met geweld, kon dwingen. Hij deed in het kort verslag van de rechtsbetrekking, waarin hij tot den ander stond en verzocht daarna den praetor hem een rechter toe te wijzen. De praetor onderzocht de zaak, daar, waar het recht aan een zijde duidelijk en onbetwist was, besliste hij. Voerden echter beide partijen bewijsmiddelen aan van schuld en onschuld, dan benoemde hij een rechter, die tevens door hem werd o-einstrueerd. Die rechter was geen oveiheidspersoon, doch een burger, die daartoe werd gekozen.

Later, in den laatsten tijd der republiek, veranderde de werkkring van den praetor. Er werden voor verschillende soorten misdaden ook verschillende praetoren benoemd. Zij bleven een jaar in functie en namen slechts kennis van feiten, behoorende tot het soort, dat tot hunne competentie werd

Sluiten