Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Duidelijk is dit na te gaan in den code pénal. Reeds in 1813, dus slechts drie jaren na het in werking treden van dat wetboek van strafrecht, werden de eeuwigdurende en tijdelijke dwangarbeid afgeschaft en door minder zware straffen vervangen en herhaaldelijk werd een deel van den scherpen geest, die ook dat wetboek nog ademde, verzacht. In 1854 werden de straffen als: tepronk stellen, geeseling en het boven het hoofd zwaaien met het zwaard, die in 1813 onder de straffen waren opgenomen, afgeschaft; alleen de doodstraf bleef bestaan, doch ook die is ten slotte, als laatste overblijfsel van een vroegere strafrechtpleging, vervangen door gevangenisstraf. Aan den rechter werd vrijheid gelaten in een aantal gevallen verzachtende omstandigheden, die het wetboek aanvankelijk bijna niet kende, bij het bepalen dier straf, in aanmerking te nemen. Ook het gevangenisstelsel werd herhaaldelijk gewijzigd en eindelijk werd het geheele wetboek vervangen door het tegenwoordige. Eene vergelijking dier wetboeken toont het breede verschil, dat in betrekkelijk weinige jaren ontstond in de opvatting, omtrent den misdadiger en de straf.

De studie van het strafrecht, die een breede schaar van beoefenaren had gevonden, bleef op den voorgrond stellen de misdaad en de straf. Wel kwam de eene verbeterings-theorie de andere verdringen, wel bleef de wijze, waarop men de misdadigers

Sluiten