Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dr. K. staat op. V. L.: „Collega K. heeft het woord. K.: „Ik wenschte nog gaarne in 't kort Tarde's leer van het standpunt der christelijke moraal te beschouwen."

Leh. (een ander van het auditorium) valt hem in de rede: „Dat mankeerde er nog maar aan.'*

K.: „Wees zoo goed en houd u kalm, wanneer u niets gevraagd wordt.'"

Leh.: „Dat is een brutaliteit." (Hij staat op.)

K.: „Als gij nog één woord zegt, dan... (hij loopt met gebalde vuist op Leh. toe.)

Leh.: „Hand weg, of... (haalt een revolver te voorschijn en richt die op K.'s hoofd.)

Prof. V. L. slaat hem op 'den opgeheven arm. De revolver zakt ter hoogte van de borst van K. Ter hoogte van K. s hartstreek gaat de haan over.

De studienten, die behalve de twee acteurs niet wisten, dat het een proef gold, werden voor het geven van getuigenverklaringen in vier groepen verdeeld. Het resultaat was:

v/h. volled. getuigenis is foutief gemiddeld:

groep i (denzelfden en den volgenden dag schriftel. 64,3 °/o groep II (6 en 7 dagen na het feit schriftel. 54.8 ®/o groep III (een week na het feit mondeling) 66.6 »/<, groep IV (5 weken na het feit schriftelijk) 46.6 °/o

Proef van Prof. Simon van der Aa.

Door Prof. Simon van der Aa te Groningen is deze proef aldus op een college herhaald:

Er wordt getikt. Een student treedt binnen, zegt: „Pardon, professor", vliegt op zijn — des students broeder af

en zegt: „Wat bl waar heb je die blauwe enveloppe

gelaten, die op mijn bureau lag?"

Groote consternatie in de collegezaal.

De aangesprokene antwoordt: „Die heb ik niet," maar de 'binnendringer grijpt een papier uit den zak van den ander, roept: „Hier heb ik 't al," maakt een buiging voor dien professor en verdwijnt.

Sluiten