Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het strafrecht, waarschuwen tegen het geloof-hechten aan de verklaringen van kinderen.

Bij de bespreking van de waarde van het kinderlijk getuigenis passen we dezelfde stellingen toe als bij dat der volwassenen:

These 1. Kinderen nemen gebrekkig waar, zoowel optisch als acustisch.

Bewijs. Om mij van de acustische betrouwbaarheid te overtuigen, heb ik op een middag, nadat ik van Maarten Harpertszoon Tromp had verteld, 39 leerlingen drie vragen laten beantwoorden. De voorwaarden hiervoor waren bij uitstek in staat, een zoo gunstig mogelijk resultaat te verkrijgen. In die vorige klas was door een anderen onderwijzer hetzelfde verteld. De vragen werden den kinderen in hetzelfde lesuur als waarin het verhaal werd meegedeeld, voorgelegd. Door te wijzen op namen als Janszoon en Meliszoon was de aandacht extra gevestigd op Harpertszoon. Kinderen, die de vraag niet konden beantwoorden, mochten een kruisje zetten.

Vragen over een aangehoord verhaal.

De drie vragen luidden:

1. Hoe heette de vader van Maarten Tromp?

2. Wat gebeurde met hem ? (n.b. hij werd door een zeeroover doodgestoken.)

3. Wat riep Maarten toen? („Zult gij mijn vaders dood niet wreken?")

Ik laat de antwoorden der kinderen hier volgen.

Voor een gemakkelijk overzicht merk ik de foutieve met een — teeken en de goede met een -f- teeken en de niet beantwoorde met een ? teeken.

1. Maarten luter

2. Hij werd onthoofd

3. Toen riep Maarten mijn vader mijn vader ... —

Sluiten