Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1 Harpert Trom —

2. Hij is doodgemaakt +

3. Toen riep Maarten wreek mijn vader niet ±

1. Harpert Tromp +

2. Hij werd gedood +

,,, M, ••• ••• ••• ••• ••• ••• ••• ••• ••• ••• ^

1. Tromp —

2. Hij werd doodgeschoten door de Spanjaarden -j-

3. Toen riep Maarten „zul je mijn ook wreken." ±

1. Tromp —

2. Hij werd ziek en begon te sukkelen een huis stortte in en hij kwam onder het puin

3 ?

1. Harpert Tromp +

2. Hij werd op zijn schip doodgeschoten door zeeroovers ~t~

3. Toen riep Maarten tegen de matrozen kunt gij

mijn vader niet helpen i

1. Harpert Tromp +

2. Hij werd doodgestoken en zijn zoontje werd drie

jaar gevangen genomen +

3. Toen riep Maarten waarom moet gij mijns vaders

dood zoo wreken "t~

?

2 ?

1. Trom —

2. Hij werd doodgestoken +

^

1. Maarten Tromp ~~

2. Hij werd doodgestoken door een zeeman +

3 ^

2. Hij werd doodgestoken door een zeerover +

3. ••• ••• ••• ••• ••• ••• ••• ••• ^

I. ... ... ... ••• ••• ••• ••• ••• ••• ••• ••• •••

Sluiten