Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jongens zitten te praten in plaats van strafwerk te maken De onderwijzer haalt een van beide uit de bank. De jongen laat zich zonder eenig verzet voor op het podium geleiden.

Den volgenden ochtend vertelt de jongen, dat hij den onderwijzer heeft geslagen. Andere jongens brengen dat verder, zoodat het ten slotte den hoofdonderwijzer ter oore komt. Hij stelt een onderzoek in, ondervraagt den jongen. Deze zegt, dat de onderwijzer hem in den rug stompte, omdat hij met den jongen naast hem vocht en dat hij toen had teruggeslagen. Er worden verschillende kinderen als getuigen opgeroepen. Op een vraag van den hoofdonderwijzer, of de jongen met dien stok (een kaartstok wordt aangewezen), heeft geslagen, zegt getuige, dat het met dien stok gebeurd is, en de beschuldigde, die het verhoor mede aanhoorde, erkent na nogmaals ondervraagd te zijn, dat hij het inderdaad met dien stok heeft gedaan. Na een oogenblik zegt een ander getuige, die ook bij het verhoor van den voorganger tegenwoordig was, dat hij zich nu ook opeens herinnert, dat De W, den onderwijzer met den kaartstok sloeg. Men kan zich een denkbeeld vormen van de waarde van zulke getuigenissen, waar vaststaat, dat er geen verzet gepleegd werd en dat er niet is geslagen, en er dus zeer zeker niet door den jongen teruggeslagen kan zijn.

In deze rubriek behoort ook het volgende:

Op een fröbelschool worden op een morgen brandproeven genomen, om de kinderen te oefenen, in geval van brand haastig het schoolgebouw te kunnen verlaten. De kinderen hebben hooren spreken over brand, dat woord werkt suggereerend op hen, ze verbeelden zich brand te zien en verschillende kinderen vertellen thuis, dat er brand geweest is in de school en dat ze de vlammen hebben gezien en ten overvloede wordt er nog bij gezegd, dat de brandspuiten in de eerste klas hebben gestaan.

De ervaring heeft mij geleerd, dat de eenig goede manier bij een onderzoek bij kinderen is, spontaan laten uitvertellen,

Sluiten