Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te worden gegeven om ten aanzien van ieugdige personen vast te stellen of zij jn staat zijn, de beteekenis van den eed behoorlek in zich op te nemen en te begrijpen. Om den rechter gelegenheid te geven tot het vormen van een oordeel daarover, wenscht Prof. Simons, dat hij zich omtrent de hoedanigheid van den getuige laat voorlichten door ouders, voogden en onderwijzers. Vermoedelijk heeft de schrijver hier op het oog kinderen, boven den schoolplichtigen leeftijd die buiten het kader onzer besprekingen vallen.

Toch moet ik op een andere plaats denken, dat Prof. S. wel jonge kinderen op het oog heeft. Hij wijst op de tweeslachtigheid van het hooien van kinderen buiten eede en herinnert elders in het artikel, dat de Engelsche wet zelfs zeer jonge kindteren onder eede als getuigen hoort, wanneer de rechter het, na onderzoek van de zedelijke en godsdienstige gevoelens, als getuige bevoegd acht. Ik acht het niet aannemelijk, dat één mijner Hollandsche collega's een leerling der lagere school een dergelijk testimonium van bevoegdheid zou durven geven. Waar thans wel alle toonaangevende onderzoekers op het gebied der psychologische minderwaardigheid der kinderen het eens zijn over de moeilijkheid van het vaststellen daarvan, zou het noodig zijn, dat de rechter voor elk geval, waarin een kind gehoord moet worden, vooraf door een psychiater liet vaststellen, of het kindl ook in eenigen graad aan zwakzinnigheid lijdende is.

Baginsky zegt • „Das Kind kann mit schwierig zu ermit telnden pathologische^ physischen undjasiychischen Zustanden die wissenschaftlich unter der Diagnose des „Schwachsinns zusammengefaszt werden, behaftet sein, welche es zur Zeugenaussage ungeeignet und unfahig machen.

Conclusies.

De conclusies, waartoe mijn proeven en mijn ervaringen, buiten de opzettelijke experimenten om, mij gedurende 12

Sluiten