Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het geloof aan het klassieke „ex ore parvulorum veritas"1) aan het wankelen te hebben gebracht, dan acht ik mijn arbeid niet nutteloos.

SLECHTE KINDEREN.

Uit het voorgaande zal gebleken zijn, dat het gevaar niet denkbeeldig is, dat een onderwijzer of onderwijzeres door ouders van leerlingen wordt beschuldigd, dingen gezegd of gedaan te hebben, die hun naam als opvoedkundige in een ongunstig daglicht stellen. Krijgt de betrokkene kennis van zulk een gerucht, of van een praatje, dat tot een gerucht kan aangroeien, dan kan hij of zij het, bij tactvol en bedaard optreden, gewoonlijk bij tijds den' kop indrukken, maar niet steeds, want soms, als de onderwijzer bij een deel der ouders impopulair is b.v. om zijn politieke gezindheid, dan ontstaat uit het monster dat gerucht heet een hydra, wiens gruwelijke koppen te grooter aangroeien, naarmate ze verder worden afgeslagen. En we kunnen ons gevallen voorstellen, dat een onderwijzer, onschuldig van eenig delict aangeklaagd, zooveel getuigen (kinderen) tegen zich ziet opstaan, alle aangestoken door geestelijke infectie, dat hij geen moed meer heeft, zich te verzetten, in de overtuiging, dat men de „onschuldige kinderen, die zoo iets maar niet uit hun duim zuigen," wel zal gelooven. En het schijnt ons niet ondenkbaar, dat een zwak man door de suggestie van al die getuigenissen ten slotte toegeeft, te hebben bedreven, wat hij in werkelijkheid niet bedreef. Wie weet, hoe veel onschuldig leed er werd en wordt geleden ten gevolge van kinderpraatjes, hoevelen misschien onschuldig gestraft werden, doordat men geloof hechtte aan fantasiën en verhaaltjes, op gebrekkige waarneming berustend! Maar bovendien zijn er nog andere gevaren, die allen bedreigen, die met kinderen

r; Wij zeggen daarvoor: „Kinderen en gekken zeggen de waarheid."

Sluiten