Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kichte, staande op Kanis schouders, verklaarde: niel alleen liet gedachte en het voorgestelde is met „Stumpf und Stiel Ich," neen, alles wat is, is „Ich". Schelling verduidelijkt deze stelling en zal er zoo mogelijk nog een verdere strekking aan geven. Immers F ich te had de stoffelijke natuur te veel huiten rekening gelaten, hij scheen beducht voor tegenspraak en maakte er daarom slechts melding van als van „das versinnlichte Material iler Ptlicht". Schelling vult het ontbrekende aan. Hij splitst het al-ik in natuur en geest, laat heide zich gestadig en geleidelijk ontwikkelen en met elkander in oppositie hlijven, totdat zij denzelfden graad van evolutie bereikt hebben;dan is geen dualisme meer mogelijk, we krijgen de identitas oppositorum ot' heter van de ideëele met de reëele orde. De overgang is ongetwijfeld zeer groot, maar daarom niet minder gerechtvaardigd. Immers, „intellectus in actu est intellectum in actu" zeiden de ouden, en Schelling, die als ieder monist zijn bewijzen ontleent aan de dualisten, zet dit adagium om in: Anschauen ist Gleichsetzen von Denken und Sein: wenn ich ein Objekt anschaue, so ist für mich das Sein des Objektes und mein Denken des Objektes schlechthin dasselbe." *)

Schelling was een stap verder gegaan dan Fichte; hij had zelfs het „Alleinssystem" pasklaar gemaakt. De theorie wachtte nog slechts op enkele wijzigingen, verbeteringen en ook op althans in schijn meer grondige bewijzen tot staving. Voor dit alles zal llegel zorg dragen. Het absolutum „die ruhende ldentitat'' wordt door dezen wijsgeer begiftigd met immanente activiteit en mitsdien opgesteld als het grootste beginsel, waaraan alles ontspruit. Andere dingen vorderen echter ook andere benamingen: llegel zet Schellings absolutum om in „Idee", wijl naar zijne meening deze alleen de bron is, waaruit alles voortvloeit en waartoe ook weer alles terugkeert als tot zijn oorsprong. De idee is de eenige werkelijkheid en de dingen der natuur hebben geen andere werkelijkheid dan in haar. Wat uit haar ontstaat, is zij zelve en niet iets anders. Daarvandaan blijft zij enkelvoudig bij alle veelvuldigheid en wordt niet van zich zelve gescheiden hij hare verdeeling. llegel vereenzelvigt zijn en niet-zijn, ja en neen.

Beginnende bij Kant, die het nog slechts als in de

]) Vgl. System des transcendentalen Idealismus.

Sluiten