Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen wederzijdsche band houdt beide zelfstandigheden meer omkneld of vereenigt ze nog tot een geheel. . . . Descartes mag ontegenzeggelijk voor zich het vaderschap opeischen van het spiritualisme, waarin het idealisme reeds voldoende verklaring zou kunnen vinden. Schopenhauers stelling: „die We t ist meine Vorstellung, Vorstellung und Objekt sind eins," ligt er duidelijk in. Immers inwerking van het materiëele op het spirituëele is onmogelijk: nihil corporeum imprimere potest in rem incorpoream. 's Menschen ziel is heelemaal afgesloten van de buitenwereld, waarmede zij niet meer in aanraking kan komen. Zij bevindt zich in het lichaam als onder een glazen stolp, waarop aan de buitenzijde beelden en figuren worden geschilderd. Deze schilderingen beschouwt zij als haar eigen aandoeningen, haar affecties, 't Zijn haar voorstellingen, welke zij projecteert in den tijd, in de ruimte, 't is het object, de reëele wereld, welke zij zich verbeeldt als ongeveer of zelfs heelemaal gelijkvormig aan de lijnen, welke zij door vreemde hand op het glaswerk ziet getrokken. ... Het onderscheid tusschen spiritualisme en idealisme is tot een minimum gereduceerd; gereduceerd, maar niet geheel en al weggenomen. Het idealisme, dat door de wijsgeeren van het transcendentalisme wordt gehuldigd, is monistisch. Zoover nu heeft Descartes zijn spiritualisme nooit willen doorvoeren, 't Is hem echter vergaan als zoovelen. Hij strooide het zaad uit, anderen plukten de vruchten, hij stelde de beginselen op, anderen trokken de conclusies.

Schopenhauer beschouwt Descartes als den voorlooper van het huidige idealisme, omdat hij het „cogito ergo sum, als alleen zeker en onaantastbaar opzette. — Ongetwijfeld ligt in deze opvatting een groot stuk waarheid, al meenen wij ook dit quasi-princiep tot de scherpe splitsing van geest en stof in den mensch te moeten terugbrengen. „Cogito ergo sum is een consequentie. Hetgeen evenwel niet wil zeggen, dat wij langg dezen weg niet tot het idealisme komen kunnen, wij bedoelen veeleer, dat Descartes zelf ons een onmiddellijk aanknoopingspunt aan de hand heeft gedaan en zoodoende een veel korteren weg heeft gewezen. Hij streefde er naar de wetenschappen zoo al niet te herleiden en samen te brengen onder éen hoofd, dan toch zeer zeker orde te scheppen daar, waar hij slechts wanorde meende te zien. Om zijn doel te

Sluiten