Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bereiken, zocht hij een vast punt en dit dacht hij te vinden in een eerste wet van ons verstand. In zijn „régies pour la direction de 1'esprit" zegt hij: eens in zijn leven moet men zich afvragen, wat is eigenlijk de menschelijke kennis, tot hoever reikt 's menschen verstand? En hij antwoordt: „la première chose a connaitre c'est 1'intelligence" m. a. w. het uitgangspunt van al ons weten is de kennis van ons eigen verstand, daarin ligt al het overige opgesloten .... Het Duitsche transcendentalisme zag het licht op Franschen bodem. Kant, Fichte, Hegel, Schopenhauer konden niet duidelijker spreken, dan Descartes gedaan heeft. Hij stelde de praemissen op, x) waaruit zij de conclusies trokken, welke gaandeweg, beginnende met het criticisme, het geheele „Alleinssystem" zouden samenstellen.

Het antwoord door Schopenhauer gegeven op de vraag, hoe komt de mensch met de buitenwereld in aanraking, is thans alleszins begrijpelijk en kan ons niet anders dan van zijn standpunt uit zeer logisch voorkomen, 't Is duidelijk, waarom hij zeggen kan: „das unmittelbar Bewusste ist abgegranzt durch die Haut," van hetgeen daarachter ligt weten we niets. Alles, wat we zien, hooren, voelen of betasten is de inwendige reeks, de aaneenschakeling van verschijnselen in ons, zijn onze subjectieve gewaarwordingen, welke wij als door een natuurlijke illusie buiten ons verplaatsen, waarmede wij de wereld vormen, versieren, vullen en bekleeden, evenals een schilder met de kleuren van zijn palet beelden maalt op het doek, dat voor hem uitgespannen is. „Die Welt is meine Vorstellung". Louter „Vorstellung"! Over het wezen der dingen „an und für sich" kan Schopenhauer ons niets zeggen; wij moeten ons tevreden stellen met enkel de wijze te weten, waarop zij zich aan ons

') Descartes heeft ongetwijfeld de grondslagen gelegd van de geheele moderne monistische wijsbegeerte. „War auch Descartes selbst ein glaubiger Christ, zegt Pesch, so hat er doch in seiner Philosophie ein Samenkom in den revolutioneren Boden seines Zeitalters gelegt, welches sich naturgemass zum pantheistischen Monismus entwickeln musste. Er wollte das ganze Wesen des Geistes in dem aktuellen Denken und das ganze Wesen der Körperwelt in aktueller Ausdehnung erblicken. Danach bestande also das Wesen aller geschaffenen Dinge in zwei Momenten, welche sich naherem Zusehen als zwei Akzidentiën entpuppen mussten. Durch diese Vermischung der Wahrheit war der Lehre der Weg bereitet, welche in allen Dingen Akzidentiën der göttlichen Substanz erblickt. Zndem war von dem Satze „Gott tut alles in der Welt" bis zu dem Satze „Gott ist alles in der Welt" nur ein Schritt". Vgl. Die grossen Weltratsel bd. 2 blz. 7 Dritte Aufl. Zie ook Otto Willmann: Geschichte des Idealismus bd. 3 blz. 216.

Sluiten