Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stellen und dahin verleiten, dass Eines des Andern Dasein bekampft mit welchem sein Eigenes steht und fallt". *)

Dit eene, dit gansche is Schopenhauers „Ding an sich", 't is de „Wille," de materie, de stof, waarvan subject en object slechts twee verschillende zijden vormen. De Frankforter wijsgeer beroemde er zich gaarne op tot dit eene „Ding an sich," langs veel korteren weg te zijn geraakt dan Kant; maar hij verzweeg daarbij steeds, dat hij den weg gebaand gevonden had en dat hij desniettegenstaande zich waagde aan een „salto mortale", waarvoor Kant terugdeinsde.

Wij zien er gaarne van af nog nader kennis te maken met Schopenhauers geweldige sprongen van de eene ongerijmdheid op de andere, wij haalden reeds genoeg paradoxen, dwaze en absurde stellingen aan. Iedereen weet thans, hoeveel waarde hij moet hechten aan het woord van dezen wijsgeer: „Meine Leitstern ist ganz ernstlich die Wahrheit gewesen" en iedereen ziet ook steeds aanstonds op zijne lippen den spottenden grijnslach, als hij zegt: „Meine Schriften (tragen) das Geprage der Redlichkeit und OlFenheit so deutlich auf der Stirn, dass sie schon dadurch grell abstechen von denen der drei berühmten Sophisten der nachkantischen Periode: stets lindet man mich aul dem Standpunkt der Reilexion d. i. der vernünftigen Besinnung und redlichen Mittheilung, niemals auf dem der Inspiration, genannt intellektuelle Anschauung, oder auch absolutes Denken, beim rechten Namen jedoch Windbeutelei und Scharlatanerei. ,2)

* *

¥

Op het punt, waar wij thans onzen wijsgeer aantreffen, heeft hij de „Hegelei" verlaten en haar den rug toegekeerd. Hij is overgegaan tot het realisme, niet van Aristoteles en der Scholastiek, maar van Locke. Schopenhauer issensist geworden. Langs een eenigszins eigenaardigen weg, op min of meer zonderlinge

') Vgl. Werke bd. 3. bladz. 22.

bd. 2 voorr. XX en XXI. Schopenhaner „windbeutelt" over t algemeen even sterk als de drie beroemde sofisten, zijn voorgangers en leermeesters, maar hjj spreekt gewoonlijk veel helderder taal dan deze leeraren der logen. Dit nu had zyn wijsbegeerte geen afbreuk moeten doen. zooals in werkelijkheid tenminste in den beginne het geval was. Zij leek minder „ wissenschaft lich" en was zoo niet altoos en overal, dan toch in hoofdzaak verstaanbaar. ^ Dientengevolge kon hij niet met de grootheden van zijn tijd in koor weeklagen „über Nicht verstanden werden" en trad hij minder dan dezen op den voorgrond.

Sluiten